Moppen en Raadsels

Moppen en Raadsels: weet jij het antwoord op deze raadsels?

We hebben de antwoorden verstopt, zodat je ze niet kan zien voordat je de vragen hebt gelezen en er over nagedacht hebt. Als je denkt dat je het weet, druk je op de pijl om je antwoord te controleren.

Er zijn drie niveaus: makkelijk, lastig en moeilijk.

 

1. De Taxi (Moeilijk)
Een taxi was gisteravond betrokken bij een ongeluk, en niemand wist wie de chauffeur was omdat hij snel was verder gereden. In de stad waren er alleen maar gele en blauwe taxi’s:  85% zijn geel en 15% is blauw. Een getuige zegt dat hij een blauwe taxi heeft gezien. Er is een test gedaan, en het blijkt dat de getuige in 80% van de gevallen het verschil tussen geel en blauw kan zien. De andere 20% van de keren vergist te getuige zich.
– Als we weten dat de getuige een blauwe taxi heeft gezien, wat is dan de kans dat het een blauwe taxi was?
Klik hier om het antwoord te zien

Er is een kans van 41% dat de getuige gelijk heeft en dat het een blauwe taxi was
Uitleg:
Er is een kans van 12 % (80 % x 15 %) dat de getuige een blauwe taxi heeft gezien
Er is een kans van 17% (20 % x 85 %) dat de getuige  dacht dat de taxi blauw was, terwijl deze eigenlijk geel was.
Er is dus een kans van  29 % (12 % + 17 %) dat de getuige zegt dat de taxi blauw is.
Daarom is er een kans van  41 % (12 % / 29 %) dat de getuige het goed gezien heeft en de taxi echt blauw was.

2. Maanden en Dagen (makkelijk)
Sommige maanden hebben 30 dagen, en andere 31. Hoeveel maanden hebben 28 dagen?
Klik hier om het antwoord te zien

Alle maanden hebben minimaal 28 dagen.

 

3. De beer (makkelijk)
Iemand heeft een vierkant huis. Alle kanten van het huis kijken uit op het zuiden. Er loopt een beer langs het raam. Welke kleur heeft de beer?
Klik hier om het antwoord te zien

Het huis staat op de Noordpool, anders zouden niet alle 4 de kanten naar het zuiden kunnen wijzen. De beer is dus een ijsbeer (wit).

 

4. De dokter en het medicijn (lastig)
Als een dokter je 3 pillen geeft en zegt dat je er elke 30 minuten een moet nemen, hoe lang duurt het dan voordat je pillen op zijn?
Klik hier om het antwoord te zien

1 uur. Je neemt nu de eerste pil, over een half uur de tweede, en een half uur daarna de derde.

 

5. Dagen van de week (lastig)
Kan je 3 dagen noemen die elkaar opvolgen? Je mag de volgende woorden niet gebruiken: zondag, maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag en zaterdag.
Klik hier om het antwoord te zien

Gisteren, vandaag en morgen

 

6. Appeltransport (Moeilijk)
Je hebt 3000 appels in Bananenland. Je moet zo veel mogelijk appels van bananenland naar het Appelrijk brengen. Je vrachtwagen kan maar 1000 appels per keer meenemen, en de afstand die je moet afleggen is 1000 km. Elke kilometer dat je dichterbij het Appelrijk komt kost je 1 appel, maar je mag gratis zo vaak terugrijden als je wil.
– Hoeveel appels kan je meenemen naar het Appelrijk?

Klik hier om het antwoord te zien

833 appels
Uitleg:
Stap 1: Eerst maak je drie trips van 333km, elke keer met 1000 appels. Je hebt nu nog 2001 appels over, en je moet nog 667km.
Stap 2: Je maakt drie trips van 500km, elke keer met 1000 appels. Dan heb je nog 1000 appels over, en je moet nog 167 km.
Stap 3: Uiteindelijk neem je de resterende 1000 appels met je mee voor de laatste 167km, en dus kom je in het Appelrijk met 833 appels.

 

7. De Jagersfamilie (Makkelijk)
Twee vaders en twee zonen waren op jacht, en schoten 3 eenden. Ze deelden de buit eerlijk, en iedereen kreeg 1 eend. Hoe kan dat?
Klik hier om het antwoord te zien

Ze waren met zijn drieën: vader, zoon en grootvader.

 

8. Logisch inhalen (Makkelijk)
Je doet mee aan een race en je rent langs de persoon op de tweede plaats. Op welke plaats ben jij dan?
Klik hier om het antwoord te zien

De tweede plaats!

 

9. De boer en zijn schapen (Makkelijk)
Een boer heeft 10 schapen. Helaas sterven ze allemaal, op 9 na. Hoeveel schapen heeft hij nog over?
Klik hier om het antwoord te zien

Negen. Alle schapen, behalve 9, sterven.

 

10. Tellen (Lastig)
Deel 100 door ½ en tel er 10 bij op. Wat krijg je dan?
Klik hier om het antwoord te zien

210, want 100 gedeeld door ½ is 200.

 

11. Tellen 2 (Makkelijk)
Hoe vaak kan je 5 aftrekken van 25?
Klik hier om het antwoord te zien

1 keer. Als je 5 aftrekt van 25, krijg je 20. De volgende keer ben je dus aan het aftrekken van 20.

 

12. Vader en Zonen (Makkelijk)
Brians vader heeft drie zonen. De eerste heet Matt, de tweede heet Chad, hoe heet de laatste zoon?
Klik hier om het antwoord te zien

Brian. Het is immers Brians vader die drie zonen heeft.

 

13. Dieren op de ark (Makkelijk)
Hoeveel dieren zaten er op de Ark van Moses?
Klik hier om het antwoord te zien

Geen. De Ark was van Noach

 

14. De Zoon (lastig)
“Je bent mijn zoon, maar ik ben niet je vader” Wie zei dit?
Klik hier om het antwoord te zien

Je Moeder