Alle Kinderen Grappen

Alle Kinderen Grappen 1-10

Alle kinderen hadden respect voor de leraar, behalve Kevin – hij stak er een mes in.

Alle kinderen kwamen uit de jungle, behalve Camilla – zij werd gepakt door een gorilla.

Alle kinderen hielden van goede muziek, behalve Kees – hij luisterde de 3J’s.

Alle kinderen aten paardenvlees, behalve Tony – het was zijn pony.

Alle kinderen kregen seksuele voorlichting, behalve Floor  – zij deed het voor.

Alle kinderen kregen een kerstcadeautje, behalve Piet – hij verdiende het niet.

Alle kinderen poepten op de WC, behalve Loek – zij deed het in haar broek.

Alle kinderen renden erg ver, behalve Tom – hij viel om.

Alle kinderen waren aardig, behalve Daan – hij viel Anne aan.

Alle kinderen staken veilig de weg over, behalve Jayden – hij werd overreden.

Alle Kinderen Grappen 11 – 20

Alle kinderen liepen veilig het veld over, behalve Tijm – hij liep op een mijn.

Alle kinderen zagen er goed uit, behalve Sjon – hij leek op een ton.

Alle kinderen kregen nieuwe kleren, behalve Jack – hij kreeg een zak.

Alle kinderen zaten in de boot, behalve Job – een haai at hem op.

Alle kinderen gebruikten een mes, behalve Kristoffer – hij was het slachtoffer.

Alle kinderen zwaaiden, behalve John – hij gooide een bom.

Alle kinderen huilden in de kerk, behalve Koot – hij was dood.

Alle kinderen waren slim, behalve Mies – zij was niet zo kies.

Alle kinderen staken lopend over, behalve Ingmar – hij zat op een jaguar.

Alle kinderen droegen nette kleding, behalve Sjaan – zij had maar een schoen aan.

Alle Kinderen Grappen 21 – 30

Alle kinderen dronken cola, behalve Angeline – zij dronk benzine!

Alle kinderen maakten plezier, behalve Peen – zij was alleen.

Alle kinderen sloegen het meisje, behalve Imogen – zij werd geslagen!

Alle kinderen renden uit de brandende school, behalve Gwyn, zij rende erin.

Alle kinderen waren bang voor de leraar, behalve Rogier – hij stal haar papier.

Alle kinderen werden gestraft, behalve Rick – hij was te dik.

Alle kinderen renden weg van de brand, behalve Soast – hij zat vast.

Alle kinderen waren aan het vissen, behalve Matt – hij speelde met zijn kat!

Alle kinderen speelden in de regen, behalve Door – zij zat vast op het spoor!

Alle kinderen gingen naar de schoolarts, behalve Mark – hij vluchtte naar het park.

Alle Kinderen Grappen 31 – 40

Alle kinderen gingen naar de bioscoop, behalve Rien – hij kon niet zien!

Alle kinderen aten chips, behalve Josje en Pat – zij waren al vet!

Alle kinderen kregen lekker eten, behalve jas – hij kreeg bevroren plas.

Alle kinderen hadden een broek, behalve Kurt – hij had alleen een shirt.

Alle kinderen werkten hard op school, behalve Bart – hij speelde biljart.

Alle kinderen waren blij, behalve Abbas – omdat hij dood was.

Alle kinderen groetten elkaar, behalve Jess – zij stak iedereen met een mes!

Alle kinderen kinderen reden in een auto, behalve Dolf – hij reed op een wolf.

Alle kinderen waren schoon, behalve Jolijt – zij rook naar schijt!

Alle kinderen speelden poker, behalve Bruno – hij kent alleen Uno.

Alle Kinderen Grappen 41 – 50

Alle kinderen hadden geld, behalve Frank – hij beroofde een bank.

Alle kinderen stonken, behalve Theo – hij gebruikte deo.

Alle kinderen sliepen ‘s nachts, behalve Piet – hij mocht niet.

Alle kinderen hadden mooie tanden, behalve Jane – zij had er geen.

Alle kinderen dronken water, behalve Jolie – zij dronk olie.

Alle kinderen waren vriendelijk tegen de oude vrouw, behalve Erin – zij sloeg haar hersens in!

Alle kinderen wouden spelen, behalve Greg – hij rende weg.

Alle kinderen gingen zwemmen, behalve Vonk – hij verdronk.

Alle kinderen speelden samen, behalve Milan – hij vond er niks an.

Alle kinderen waren grappig, behalve Sophie – zij had een fobie.

Alle Kinderen Grappen 51 – 60

Alle kinderen vonden de baby leuk, behalve Adolf – hij speelde golf.

Alle kinderen renden hard, behalve Daan, hij bleef staan.

Alle kinderen gingen opzij voor de bus, behalve Steven – hij wilde niet meer leven.

Alle kinderen speelden in de sneeuw, behalve Charlie – hij speelde met zijn Barbie.

Alle kinderen deden iets leuks, behalve Bobby – hij had geen hobby.

Alle kinderen keken naar de kraai, behalve Kees – hij keek naar de mees.

Alle kinderen reden op paarden, behalve Daan – hij at een banaan.